Lijst van toverij/hekserij beschuldigingen in Schiedam
In het boek "Toverij en samenleving editie Holland 1500-1800" van Hans de Waardt staat in de bijlage achter in het boek een uitgebreide lijst van toverijbeschuldigingen. Ook de processen in Schiedam staan in deze lijst.
41 Personen worden in de periode van 1503 tot 1678 verdacht van hekserij in Schiedam.
7 Vrouwen vinden de dood op de brandstapel.
1 vrouw wordt in 1585 verbrand op het galgenveld nadat zij zelfmoord heeft gepleegd in haar cel.
1 vrouw en 1 man overlijden tijdens hun proces, Anna Hondert Theunen overlijdt vanwege hoge leeftijd en Dieuwer Deckers pleegt waarschijnlijk zelfmoord in zijn cel. Griettie Watelaers wordt verbannen voor 25 jaar en haar bezittingen worden in beslag genomen. Aeltge Dirxdr. wordt het slachtoffer van een illegale waterproef en overlijd in de Leuvehaven in Rotterdam.
In omliggende steden als Rotterdam en Vlaardingen zijn er naar verhouding veel minder processen. Rotterdam heeft in deze periode 8 processen en Vlaardingen slechts 2.
In de periode 1531-1630 zijn er in Holland slechts 24 personen ter purge gegaan.
In 1503 wordt Elisabeth Woutersdr. verdacht van hekserij/toverij.
Elisabeth zou tijdens een huwelijkse plechtigheid bij de bruid “ van quade zijn… op haire bruystoele”. De schepenen veroordelen de personen die deze getuigenis hebben afgelegd om hun woorden in te trekken.
Achter deze vermelding staat de afkoring civ. Dit betekend dat de verdachte er een smaadzaak van maakte of zelfs een aanklacht deed van mishandeling. Via een herroeping wordt de zaak afgesloten. (bron : Hans de Waardt "Toverij en Samenleving 1500-1800 editie Holland" )
In 1504 wordt Adriaen Cornelisdr. strafrechtelijk vervolgd op verdenking van toverij/hekserij. De afloop is onbekend
Hoe dit proces afloopt is onduidelijk. Rond 1500 is te zien dat plaatselijke overheden het niet altijd meer toestaan dat een persoon die van toverij werd beschuldigd zich via een compositie konden vrijkopen. En de zaak van Adriaen wordt als een civiele strafzaak behandeld. Enkele Schiedammers getuigen dat Adriaen had opgeschept over haar contacten met de duivel. Die zou haar brood en kaas hebben gegeven, omdat zij haar schoonmoeder en man had “gesintjanssenelt”. Om haar slachtoffers te betoveren had zij voor de ogen van de buren, een kaars aangestoken. De duivel had haar ook bezocht op tweede paasdag nadat ze haar communie had ontvangen.(bron : Hans de Waardt "Toverij en Samenleving 1500-1800 editie Holland" )
In 1541 wordt Marij Heynen/Marije Heynen strafrechtelijk vervolgd en vrij gesproken.
Marye Heynen wordt in 1541 voor het eerst beschuldigd van toverij. Dit zie je vaker gebeuren. Vrouwen die meerdere malen worden beschuldigd en meerdere processen moeten voeren. Of in eerste instantie worden vrijgesproken en dan een aantal jaar later alsnog op de brandstapel eindigen.
Marye wordt rond 1520 geboren in Schiedam. In 1541 wordt zij beschuldigd van toverij. Ze vecht haar arrestatie aan bij het Hof van Holland waar zij in het gelijk wordt gesteld. Ze wordt vrijgesproken. Het is niet duidelijk of het hier om een purge zaak gaat.
In 1556 worden Marij Heynen, Griete Dircken en Tryn Jansdr. strafrechtelijk vervolgd voor hekserij/toverij en geëxecuteerd op de brandstapel.
Marije wordt als eerste gevangen gezet in het Stadhuis. Ze wordt verhoord met tortuur. Marye wordt uiteindelijk een maand lang verhoord.
Op 15 oktober 1556 bekent Marye een pact met de duivel te hebben en ook Trijn en Griete bekennen. Ze worden geëxecuteerd met dood door vuur. Deze vrouwen zijn de eerste dodelijke slachtoffers in Schiedam.
Je ziet bij toverij processen vaker dat de verdachte bij een verhoor (onder marteling/tortuur) namen gaat noemen van andere mogelijke verdachten. Deze mensen worden vervolgens ook weer gearresteerd, verhoord met tortuur en noemen soms ook weer namen van andere mensen. Dr. Steije Hofhuis heeft onderzoek gedaan naar toverij processen in Europa en noemt dit keten-processen. Het lijkt op een sneeuwbal-effect als aanjager van hysterie en massa-vervolgingen waar zowel vrouwen als mannen en kinderen slachtoffer van werden. Tijdens een toverij proces gebeurde het regelmatig dat verdachten gemarteld werden. Tegenwoordig zou dit ondenkbaar zijn maar in de 16e eeuw maakte een verscherpt verhoor onder tortuur deel uit van de rechtspraak. Er mocht niet zomaar gemarteld worden, daarvoor moest een apart verzoek bij de rechter worden neergelegd. Ook mocht de doodstraf niet zomaar worden opgelegd. Er was een bekentenis nodig van de dader.
In 1582 wordt Lysbeth Anthonisdr. verdacht van hekserij/toverij. Zij gaat ter purge en wordt vrijgesproken.
In 1585 worden Marya Spits, Lysbeth Anthonisdr. Anna Knappert, Elsie Reyersdr. en Anna Jorisdr. strafrechtelijk vervolgd voor hekserij/toverij en geëxecuteerd op de brandstapel.
In 1585 is er een grote piek in processen. En er is een ‘sneeuwbal-effect’ want ook in Goedereede vinden er processen plaats die een link met Schiedam hebben.
Op 25 mei 1585 worden Marya Spits, Lysbeth Anthonisdr, Anna Knappert, Elsie Ryersdr en Anna Jorisdr. veroordeeld tot de pijnbank of verscherpt verhoor met torture.
Op 29 mei 1585 pleegt 1 van deze vrouwen zelfmoord in haar cel, nadat ze verschillende toverijen en een pact met de duivel heeft bekend. Haar lichaam zal in een rieten man aan de galg worden gehangen en alsnog verbrand. Op 6 juni worden de andere vrouwen ter dood gebracht op de brandstapel.
Waar de brandstapels hebben gestaan in Schiedam is niet duidelijk. Het meest voor de hand liggend zou de galgenplaats zijn buiten de stad. Dit omdat de Grote Markt/ ’t Mercktveldt midden in de stad lag, omringd door huizen die nog gedeeltelijk van hout waren met bijvoorbeeld een rieten dak. Door de brandstapels zou er misschien een direct gevaar voor brand zijn ontstaan. De galgenvelden waren buiten de stad gelokaliseerd, waar je nu de Voorhaven en de Fortunaweg en Mercuriusweg vindt.
Op blz 37 van het boekje: “ korte geschiedenis en beschrijving der stad Schiedam” van H. A. M. Roelants uit 1850 staat:
“In 1585 namelijk, werden vijf vrouwen in hechtenis genomen, omdat zij toooverheksen waren. Ja, zoo weinig verlicht waren toen nog de menschen, niet enkel de onkundige en onbeschaafd, maar zelfs de aanzienlijke en geleerde, dat zij aan zulke beuzelarij geloof sloegen! Alsof de goede God, die alleen de magt bezit, om te doen wat zijn welbehagen is, het zou toelaten, dat sommige menschen, door allerlei slecht en verachtelijke middelen, de magt konden verkrijgen om wonderen te doen, en daarmede hunne medemenschen ongelukkig te maken. Gelukkig houdt men zich thans niet meer met zulke dwaasheden op; en waar hier of daar nog iemand aan toovenaars en spoken gelooft, die wordt met regt voor een weinig nadenkend mensch gehouden. Toen evenwel was dit anders: zelfs de regering der stad vatte de zaak ernstig op. De vijf ongelukkigen werden verhoord en ter dood veroordeeld. Twee van haar werden levend verbrand ; de drie overigen echter vooraf geworgd, en daarna insgelijks door de vlammen verteerd. Wie ijst niet van zulke barbaarschheid!
Het proces in 1585 zal ook gevolgen hebben voor andere steden. Op 3 juni zal de hoogbaljuw van Voorne naar Schiedam afreizen, omdat de toveressen uit Schiedam medeplichtigen uit zijn gebied hebben genoemd. In juni wordt in Goedereede Willempgen Jansdr gearresteerd en op 29 juni wordt Ninge Dimmen gearresteerd. Hun proces duurt ruim een half jaar. Er vinden verschillende verhoren onder tortuur plaats. En er worden zelfs vrouwelijke nep-verdachten ingezet om in de cel een verklaring los te peuteren. Ninge verklaard onder marteling dat haar zus Leene en een man Lenaert Jacobszn Leerecop zich met toverij bezig hielden. In de nacht van 2 op 3 januari weet Leene te ontsnappen en springt zij in de haven van Goedereede waar zij verdrinkt. Op 22 januari worden Willempgen en Ninge op de brandstapel ter dood gebracht.
Leerecop pleegt op 24 juli zelfmoord in zijn cel. Leerecop hield zich overigens bezig met onttoveren. Hans de Waardt legt in zijn boek ( " Toverij en Samenleving 1500-1800 editie Holland") uit dat er specialisten in onttoveren zijn. Deze specialisten helpen burgers om toveressen aan te wijzen en hun betoveringen ongedaan te maken. Leerecop was waarschijnlijk ook een specialist in onttoveren.
In 1585 worden ook Anna Duynen en Griettie Watelaers verdacht van toverij. Anna laat een attest opmaken en wordt niet verder vervolgd. Maar Griettie Watelaers is een vriendin van 1 van de slachtoffers van het eerdere proces in 1585. Zij wordt voor 25 jaar verbannen en haar spullen worden geconfisqueerd door de baljuw. Reputatie was een groot goed in de 16e eeuw. Niet alleen je eigen reputatie of die van je familie, maar ook van je straat of buurt. We zien dat Schiedam een zeevarende gemeenschap is waardoor vrouwen (omdat hun mannen lang van huis zijn) noodgedwongen erg zelfstandig moeten zijn. Ze mogen zonder voogd zaken doen, vaak wordt dit bij de notaris vast gelegd. Op het moment dat je verbannen wordt is dit zeer schadelijk voor je reputatie. En zeker voor een vrouw is het in de 16e eeuw niet makkelijk om in een nieuwe stad opnieuw te beginnen. Verbanning was dus bijna net zo zwaar als de doodstraf.
In 1585 worden Ysbrant Danielszn. en zijn echtgenote verdacht van hekserij/toverij. Zij laten een attest opmaken en worden niet verder vervolgd.
Bij deze verdachtmaking is chirurgijn Jan Anthoniszn betrokken. De chirurgijn heeft een groot boek waarmee hij diegene oproept die volgens hem verantwoordelijke zijn voor de betovering. In de woning van de chirurgijn komen een aantal jonge mannen bijeen en wordt de verdachtmaking besproken. Ysbrant zou kinderen hebben ziek getoverd. Ysbrant Danielszn. was een brandewijnman en hij zou de kinderen van Jan Dircxz. gekweld hebben. Jan Anthoniszn. was ook een specialist in onttoveren.
(nadere toegang 106 Gemeentearchief Schiedam)
In 1587 wordt Neeltgen Andriesdr./Neeltje Andries verdacht van hekserij/toverij. Zij gaat ter purge en wordt vrijgesproken.
In 1587 wordt Neeltgen Andriesdr. voor de eerste keer geconfronteerd met roddels over toverij. Ze gaat naar het stadsbestuur en vraagt of het stadsbestuur de zaak wil onderzoeken, een soort purge zaak. Dit is vrij uitzonderlijk aangezien je normaliter bij het Hof van Holland ter purge ging. Neeltje geeft aan dat de roddels slecht zijn voor haar houthandel. Daarnaast is ze poorteres en heeft zo voldoende aanzien om een dergelijk verzoek neer te leggen bij het stadsbestuur.
Ze vraagt het stadsbestuur onderzoek te doen.
Verschillende mensen worden ondervraagd door het stadsbestuur. Het stadsbestuur ondervraagt de mensen 1 maal met Neeltje in de kamer en 1 maal zonder Neeltje in de kamer. Alle ondervraagden ontkennen de verdachtmakingen en ontkennen ook dat Neeltje een toveres zou zijn.
Op 26 oktober 1587 wordt door de stadsomroeper omgeroepen dat Neeltgen onschuldig is en dat het stadsbestuur heeft gemerkt dat er nogal wat roddel, achterklap en onrust aan het ontstaan is m.b.t. ongoddelicke afgoderije van tooverijen of diergelijccke duivelerije.
Het stadsbestuur zegt dat de verdachtmakingen tegen Neeltje voortkomen uit haat en nijd en achterklap. En er geen bewijzen zijn van kwade toverij.
Op 28 oktober 1589 wordt Marytje Arendsdr. beschuldigd van het ziek toveren van een buurmeisje. Het buurmeisje zou elke keer als Marytje in de buurt was, doof en stom op de grond vallen. De moeder van het kind en nog een aantal vrouwen laten de dienstmeid met een smoes naar Marytje gaan. Of ze eens wil komen kijken bij het zieke buurmeisje. Marytje gaat mee en zodra ze in de woning is dwingen de vrouwen haar om het zieke kind te zegenen. Zegenen is een manier van onttoveren. Marytje doet dit niet, aangezien ze het kind niet betoverd heeft. Ze wordt de woning uitgezet. Je ziet het zegenen vaker voorkomen in archiefstukken en vaak wordt er geweld gebruikt op de zogenaamde toveres. Ook zie je dat burgers het recht in eigen hand nemen en geweld gebruiken bij vermeende toveressen. Een toverij proces gaf dus veel maatschappelijke onrust.
Marytje vraagt net als Neeltje aan getuigen om een verklaring af te leggen bij de baljuw dat zij onschuldig is en werd gewdongen om een kind te zegenen. We komen dan ook de naam van Anna Hondert Theunen tegen. Zij zou Marytje geholpen hebben met het ziek toveren van het meisje. Na deze verklaring zien we pas in 1591 de namen weer terugkomen in het archief. Ik denk ook dat Marytje in 1589 niet verder wordt vervolgd en de zaak wordt afgedaan middels de getuigen verklaringen.
In 1591 is er weer een piek te zien in toverij-processen in Schiedam.
In 1591 wordt Dieuwer Deckers strafrechtelijk vervolgd op verdenking van hekserij/toverij. HIj vindt de dood.
Van het proces van Dieuwer Deckers is niet veel bekend, behalve de aantekening van 11 februari 1591. De scherprechter va het Hof van Holland is verzocht naar Schiedam te komen om een verscherpt verhoor met tortuur af te nemen. Dieuwer Decker bekent en pleegt kort daarna zelfmoord in zijn cel.
In 1591 worden Maritjen Arentsdr./ Marytje Arendsdr. Schoenmaker en Neeltgen Andriesdr/ Neeltje Andries, Anna Hondert Theunen, Anna Claasdr. en Bay Buyes verdacht en vervolgd op verdenking van hekserij/toverij. Neeltje en Marytje gaan ter purge bij het Hof van Holland in Den Haag en worden in 1593 vrijgesproken. Anna Hondert Theunen is al op hoge leeftijd als zij gearresteerd wordt. In afwachting van een uitspraak die uiteindelijk 2 jaar op zich laat wachten overlijdt zij. Omdat haar onschuld op het moment van overlijden nog niet vast staat, wordt zij begraven op het galgenveld.
In 1591 wordt Jannetje Goecoops verdacht van hekserij/toverij. Middels een attest/getuigenverklaring wordt de zaak afgedaan.
In nadere toegang 106 van het Gemeente archief Schiedam is te lezen dat Jasper Louriszn. Jannetgen ervan verdenkt zijn wyf te kwellen. Als de stadsbode (assistent van de baljuw) vervolgens een onderzoek start, vertellen de mensen die Jannetgen beschuldigen dat wat er gezegd was niet in algemene zin was bedoeld, maar slechts voor een paar personen. Eigenlijk trekken ze hiermee hun verklaring in en wordt Jannetgen niet verder vervolgd.
Wat vervolgens nog opvalt is dat ene Lysbeth Alewijns een verklaring aflegt bij de baljuw m.b.t. Jannetje. Liesbeth Alewijnsdr/ Lijsbeth Alewijns komt ook naar voren in een verklaring m.b.t. Neeltgen Andries. Lysbeth was ook houtkoopster en staat samen met Neeltgen op een schip. Lysbeth lijkt roddels de wereld in geholpen te hebben en Neeltgen wil weten hoe dit zit.
In 1594 wordt Maertgen Lenertsdr verdacht van hekserij/toverij. Middels een attest/getuigenverklaring wordt de zaak afgedaan.
In 1597 wordt Jannetje Goecoops opnieuw verdacht van hekserij/toverij. Er wordt wederom een attest opgemaakt.
In 1607 wordt Pleuntgen Michielsdr. verdacht van hekserij/toverij. Via een attest wordt de zaak afgedaan.
In 1610 wordt Ploentgen Arentsdr. verdacht van hekserij/toverij. Zij start een procedure voor smaad.
In 1613 wordt Pleuntgen Michielsdr. opnieuw verdacht van hekserij/toverij. Via een attest wordt de zaak afgedaan
In 1618 wordt Maricken Ariensdr. verdacht van hekserij/toverij. Zij start een procedure voor smaad.
Neeltgen Thomasdr. wil dat Maricken Ariensdr haar zieke kind zegent. Maricken werd door twee vrouwen uit huis gelokt, naar het huis van Neeltgen. Daar had Neeltgen 12 andere vrouwen verzameld. Toen Maricken dit zag schrok ze erg, maar op de vraag of zij het kind wilde zegenen zei ze dat ze dat best wilde doen, maar dan moesten de baljuw en twee schepenen aanwezig zijn. Neeltgen was echter heel zeker van haar zaak aangezien waarzegger Jan Schots had bevestigd dat haar kind betoverd was. Maricken laat zich uiteindelijk overhalen en zegt na wat de vrouwen haar opdragen te zeggen. De echtgenoot van Maricken laat het er niet bij zitten en daagt Neeltgen Thomasdr. en haar man voor het gerecht.
In 1619 wordt Annitge Corstiaensdr. verdacht van hekserij/toverij. Via een attest wordt de zaak afgedaan.
1628 Aeltge Dircxdr. Zij wordt door een boze menigte verdronken.
In het boek van Hans de Waardt, Toverij en samenleving 1500/1800 beschrijft Hans de Waardt het verhaal van Aeltgen Dirxdr. Deze Schiedamse vrouw wordt het slachtoffer van een illegale waterproef. Hans de Waardt beschrijft in zijn boek: "De waterproef was in Holland niet als bewijsmiddel geaccepeerd. Maar de waterproef was niet onbekend. Aeltgen woonde in Schiedam en was getrouwd met een zeeman. Op 31 mei 1628 wordt zij door Judith Dirxdr (echtgenote van de gezagvoerder van het schip waar de man van Aeltgen op werkte) met een smoes naar Rotterdam gehaald. De man zou een brief met geld hebben gestuurd. Maar in werkelijkheid verdacht Judith, Aeltgen ervan haar dienstmeid te hebben betoverd. Aeltgen werd met behulp van een aantal buren op geweldadige wijze gedwongen om de zieke dienstmeid te zegenen. Toen ze dat gedaan had werd ze hardhandig buiten de deur gezet. Judith heeft op straat geroepen dat ze moest drijven als een kokmeeuw en Aeltgen werd in de Leuvehaven gegooid. In eerste instantie weet ze aan de kant te komen, ze blijft drijven op haar rokken. Ze wordt echter nog een keer in het water gegooid en verdrinkt. Judith Dircxdr. wordt veroordeeld tot het betalen van een alimentatie van 800 gulden voor Aeltgens kind en echtgenoot. De medeplichtige buren moeten ook bijdragen in deze kosten."
In 1636 wordt Aeltgen Isbrandsdr. verdacht van hekserij/toverij. De kerkraad bemoeit zich ermee, maar Aeltgen start een procedure voor smaad.
In 1641 wordt Burchge Gerritsdr. verdacht van hekserij/toverij. Via een attest wordt de zaak afgedaan.
In 1644 wordt Jannetge Jacobsdr. verdacht van hekserij/toverij. Via een attest wordt de zaak afgedaan.
In 1652 wordt Eeuwitgen Lourisdr. verdacht van hekserij/toverij. Via een attest wordt de zaak afgedaan.
In 1652 worden Jacomyna Danielsdr. en haar dochter Jannitge Dove Coolen verdacht van hekserij/toverij. Via vrede wordt deze zaak afgedaan. Het was de taak van de overheid om de orde te bewaren in de samenleving. De Heksenwaan kon regelmatig voor verstoring van de openbare orde zorgen. De burgemeester kon dan de betrokkenen bij zich roepen en legde dan de vrede op.
In 1657 wordt Eeuwtigen Lourisdr. opnieuw verdacht van hekserij/toverij. Via een attest wordt de zaak afgedaan.
In 1675 wordt Ceely het viswijf verdacht van hekserij/toverij. De burgemeester legt de vrede op.
In 1678 worden Jan Aldernagh en zijn echtgenote verdacht van hekserij/toverij. De burgemeester legt de vrede op.
In het archief zijn ook nog 2 zaken te vinden van een latere datum waarbij geen concrete beschuldigingen worden geuit.
In 1850 wordt een kind van 9 jaar verdacht van hekserij/toverij. Het artikel hierover is terug te vinden in het NRC van 30-9-1850
In 1874 wordt wederom een kind verdacht. Het artikel herover is te vinden in de Schiedamsche courant van 7 en 9 november 1882.