Neeltgen/Neeltje Andries
Neeltgen Andries is rond 1537 geboren. Haar geboorteplaats is onbekend. Ze was getrouwd met Maerten Pouwels. Hij werkte als stuurman en maakte later de overstap naar houtkoper. Ze woonden aan de Haven in Schiedam wat nu de Lange Haven is.
Neeltgen Andries en Maerten Pouwels waren poorters, een positie die extra privileges met zich meebracht. Uit de giftboeken in het Gemeentearchief van Schiedam blijkt dat Neeltgen Andries en Maerten Pouwels welvarend waren. Maerten Pouwels liet tussen 1567 en 1570 een aantal huizen bouwen en verkocht deze. Hij was mede-eigenaar van een haringschip en stond garant voor de koop van verschillende andere schepen. De eerste vermelding van het beroep 'houtkoper' bij zijn naam is uit 1578. Ook Neeltgen Andries was houtkoopster. In getuigenissen in het toverijproces van 1591 werd regelmatig genoemd hoe het Neeltgen Andries een lading hout in ontvangst nam of verkocht.
Hardnekkige toverij-geruchten
In 1587 werd Neeltje verdacht van het ziek toveren van een buurmeisje. Er was ook een hardnekkig gerucht dat ze een miskraam of vroeggeboorte bij Maertgen Queps/Maertje Queps had veroorzaakt. De getuigen verklaringen verschillen. In een van de verklaringen wordt gezegd dat Neeltje boos achter Maertje was aangerend. Maertje was zo geschrokken dat ze ter plekke beviel van 2 "schone kinderen". Een andere verklaring zegt dat Maertje een week later beviel. En het is ook niet duidelijk of ze bevalt van een gezonde tweeling, een miskraam heeft of een vroeg-geboorte heeft.
Over Maertje Queps is niet veel te vinden in de archieven, wel is te zien dat ze bij een man heeft ingewoond, niet met hem getrouwd was, later wel trouwt met een andere man. Het is allemaal wat onduidelijk. Maar wat wel goed is om te weten is dat ongehuwd zwanger zijn strafbaar gesteld was in Holland door Karel V. Ook stadsbesturen zaten niet te wachten op ongehuwde zwangere vrouwen want dit was een extra last voor de armenzorg. Wat je wel zag, was dat er actief werd gezocht naar de mogelijke vader. En als er een vader bekend was, hij de rest van het leven van het kind alimentatie moest betalen, zodat vrouw en kind enigszins verzorgd werden.
Het kan dus zomaar zijn dat Maartje ongehuwd zwanger was en middels een toverij gerucht haar zwangerschap probeerde te verklaren. En toen Neeltje boos achter haar aanzat, zij een kans zag om Neeltje te beschuldigen.
Schepen vergaan, maar een toverij-gerucht blijft bestaan......
Ook zou Neeltje het schip van kapitein Willem Dircksz. hebben laten zinken: hij had haar niet mee willen nemen in zijn kar, waarop Neeltgen Andries boos zou zijn geworden en zou hebben geroepen:
"'t zal d'r u naar vergaan."
Schiedam was in die tijd een zeevarende gemeenschap en je ziet vaak bij toverij-geruchten dat ze gelinkt zijn aan de omgeving. In Schiedam zie je dat toveressen schepen betoveren. Er wordt minder vis gevangen, of de schepen vergaan. Ook zijn er in Schiedam zogenaamde "weermaaksters", toveressen die zorgen voor slecht weer en storm. Ook zie je dat in een zeevarende gemeenschap de zorgtaken bij de vrouw liggen. De man is immers lang van huis. En dat de vrouw naast het zorgen voor de kinderen ook de verantwoordelijkheid draagt voor de handel. Als kinderen dan ziek worden en het is een onverklaarbare ziekte, dan wordt de ziekte ook vaak aan toverij gelinkt. Hier speelt mee dat er nog niet voldoende medische kennis was over kinderziektes en hun oorzaak. In archieven vind je dan o.a. beschrijvingen van zieke kinderen die rare voorwerpen uitbraken.
Straatmare (oud Hollands woord voor roddelen en kwaadspreken), roddel en achterklap
Op 18 oktober 1587 is er een verklaring opgenomen in het certificatieboek van de baljuw en de schepenen op verzoek van Neeltgen Andries. Drie vrouwen, Syburch Reyersdr., Tryntgen Aelbrechsdr en het nichtje van Neeltgen Andries, Neeltgen Ariensdr., verklaarden dat er een gerucht was dat Andries de kleindochter van Rochus Vriezen gekweld zou hebben. Het meisje was erg ziek en zei dat het de schuld van Neeltje was, alhoewel ze de persoon die haar betoverd zou hebben niet had gezien. De moeder van het zieke meisje zei dat ze haar dochter eigenlijk niet geloofde, want Andries was helemaal niet in de buurt geweest. Haar dochter hield voet bij stuk. In de verklaring werd ook opgenomen dat de moeder aangaf dat haar dochter rare dingen had opgebraakt, waaronder twee messen.
Op 26 oktober 1587 werd er door een stadsomroeper op de markt in Schiedam met klokgelui een bericht voorgelezen, opgesteld door de schout:
"De burgemeesters, schepenen en rade. Het stadsbestuur heeft gemerkt dat ongoddelijke afgoderij van toverijen of dergelijke duivelrije opnieuw in Schiedam begint op te laaien."
Neeltgen Andries vraagt het stadsbestuur om de roddels en achterklap te onderzoeken, omdat deze erg slecht zijn voor haar houthandel en reputatie. Er worden getuigen gehoord door het stadsbestuur, zowel in het bijzijn van Andries, als zonder haar aanwezigheid. Het stadsbestuur concludeert dat de getuigen die door hen zijn opgeroepen de aanklacht niet wilden herhalen voor de schepenbank en dat ook niemand er weet van heeft dat Neeltgen Andries een toveres zou zijn. Er is dus geen bewijs en het stadsbestuur geeft aan dat Andries niets te maken heeft met toverij en dat het gaat om roddels, straatmare en achterklap.
Nieuwe toverij-geruchten in 1591
In 1591 is het opnieuw onrustig in Schiedam. En weer zijn er toverij-geruchten over Neeltje. Neeltje laat het er niet bij zitten en gaat dit keer niet naar het stadsbestuur van Schiedam, maar direct naar het Hof van Holland in Den Haag. Een moedige stap, want het Hof van Holland neemt niet iedere zaak aan. En voor een purge-zaak moest je vrijwillig worden opgesloten. Samen met Marytje Arendsdr. gaat zij begin januari 1591 ter purge. Na een reis van ongeveer 3 uur komen ze met de handen geboeid aan bij de Voorpoorte dese Hof wat tegenwoordig Rijksmuseum de Gevangenpoort is in Den Haag. Uit archieven weten we dat het een bijzonder strenge winter is. En dat Neeltje haar gevangenschap zelf moet betalen a 14 stuivers per dag.
De baljuw van Schiedam, Melchior Willemszn. van Welhouck zit ook niet stil. In een archiefstuk van het gemeentearchief Schiedam is te lezen hoe hij vergaderd met de schepenen en burgemeesters en dat hij op 5 januari naar Den Haag zal afreizen om advies in te winnen bij de rechtsgeleerden op 't stuck van toverye. Op 13 januari 1591 vergadert hij opnieuw met de schepenen en burgemeesters en geeft hij aan alle juridische adviezen van de rechtsgeleerden van het Hof van Holland op te zullen volgen. En dat hij ook volledig zal meewerken aan het onderzoek van het Hof van Holland m.b.t. Neeltje Andries en Marytje Arendsdr.
Ook worden er in de tussentijd nog andere burgers van Schiedam gearresteerd. Neeltje en Marytje maken waarschijnlijk deel uit van een vriendinnen-groep. In getuigen verklaringen is te lezen hoe de vriendinnen hebben gezongen tijdens een kermis (misschien een tikkeltje aangeschoten) en hoe zij op het Broertjesveldt ( vandaag de dag het Broersveld) hebben gedanst met duivels in mensenschijn. Bay Buyes en Anna Claasdr. en Anna Hondert Theunen hebben samen met Neeltje en Marytje gedanst. Anna Hondert Theunen wordt in 1589 al genoemd als assistente van Marytje Arendsdr. Samen zouden zij een kind ziek hebben getoverd.
In januari worden ook Bay Buyes en Anna Claasdr gearresteerd en opgesloten in het Stadhuis.
Half januari leggen ongeveer 25 mensen een verklaring af over Neeltje bij de baljuw. Wat opvalt is dat hier ook hooggeplaatste Schiedammers bij zitten. Iedereen verklaard dat Neeltje een goede vrouw is die netjes haar zaken afhandelt. En dat ze niet berucht of befaamd is van toverij.
De baljuw vertrouwd sommige verklaringen niet en begin februari 1591 ondervraagd hij opnieuw 2 vrouwen die in januari positief hebben verklaard over Neeltje. Hij ondervraagd hen naar het toverij-gerucht m.b.t. Maertgen Queps en hij vraagt hen nogmaals of Neeltje berucht en befaamd is van toverij.
Ondertussen wordt ook Dieuwer Deckers gearresteerd. Op 11 februari 1591 wordt de scherprechter van het Hof van Holland gebraagd om naar Schiedam te komen om Dieuwer Decker aan een scherp verhoor met torture bloot te stellen. Kort daarna pleegt Dieuwer zelfmoord in zijn cel.
Op 4 februari 1591 is er een bijzondere verklaring te lezen over Neeltje. Een vrouw verklaard dat zij samen met Neeltje en Lysbeth Alewijnsdr op een schip staat om hout te verkopen. Neeltje vraagt aan Lysbeth waarom ze het gerucht over Maertgen Queps weer aan het rondbazuinen is. Lysbeth zegt dat zij dat niet doet, maar dat Swarte Broer Jan hier verantwoordelijk voor is. Neeltje begint te huilen en Lysbeth begint te lachen en zegt nogmaals dat het Swarte Broer Jan is.
04-02-1591. T.v.v. Neeltgen Andriesdr. huisvrouw van Maerten Pouwelsz. houtkoper verklaard Fijtgen Jacobsdr. huisvrouw van Korstiaen Cornelisz. houtkoper dat zij deposante ten tijde dat de mare ging dat Maertgen Queps betoverd was door Neeltgen Andriesdr., op het schip van Crijn Heremansz. gestaan heeft waar zij met de voorn. Neeltgen tezamen hout zouden ontvangen. Zij heeft toen gehoord dat de requirante zei tegen Lijsbeth Alewijns haar buurwijf en mede houtkoopster, welke daar ook was om hout te ontvangen, “hoe coompt dat ghij mij dit doet ende aldus achter straet helpt brengen met Maertgen Queps”. Lijsbeth Alewijnsdr. antwoordde hierop, “ick en doet u nijet, maer swarte broer Jan doet het u”. De requirante zei toen, “Lijsbeth Alewijns ghij doet het mij”. Daarna begon zij te huilen waarop Lijsbeth lachend zei, “ha, ha, ick en doet u nijet, swarte broer Jan die seijt het”.
Swarte Broer Jan is een specialist in onttoveren uit Delft. Hij kan aan urine zien of iemand betoverd is of zelf toveres is. Marytje Arendsdr. laat bijvoorbeeld haar water (urine) door een buurvrouw naar hem toe brengen.
Op 28 maart 1591 wordt Anna Hondert Theunen in Schiedam gearresteerd op verdenking van toverij. Ze zou onder andere Marytje Arendsdr. geassisteerd hebben en samen hebben getoverd. Anna Hondert Theunen is al op hoge leeftijd op het moment van arrestatie. In april wordt zij van Schiedam naar Den Haag gebracht om te getuigen in de purgezaak van Neeltgen Andries en Marytje Arendsdr. Op 4 mei 1591 vertrekt de baljuw van Schiedam naar het Hof van Holland om een kopie van haar bekentenis op te halen ten bate van de processen in zijn eigen stad.
En dan is er niet zoveel meer te vinden in de archieven tot aan
3 maart 1592, de scherprechter wordt ontboden voor 2 personen voor dievery. Ook de naam van Anna wordt genoemd, maar de baljuw toont haar genade en laat haar niet martelen. Anna Hondert Theunen zit dus nog steeds gevangen op het stadhuis van Schiedam.
Op 24 februari 1592 doet het Hof van Holland eindelijk uitspraak. Neeltgen Andries zit al ruim een jaar vrijwillig opgesloten. Het Hof van Holland is niet overtuigd van haar onschuld, ondanks de vele verklaringen van hooggeplaatste Schiedammers zoals een weesmeester en een oud-burgemeester, en spreekt een interlocutair of tussen-vonnis uit. Het Hof van Holland wil nader onderzoek doen. Dit houdt in dat Neeltje en Marytje verhoord mogen worden met torture. En hun purgezaak is nu een strafzaak geworden.
Neeltje wordt bijgestaan door advocaat Cornelis van der Pol. Hij gaat direct in beroep bij de Hoge Raad van Holland, Zeeland en West-Friesland. Ook dit is weer een risicovolle stap aangezien de Hoge Raad niet iedere zaak aanneemt.
Begin april 1592 laat de Hoge Raad weten hun zaak in behandeling te willen nemen en de uitspraak van het Hof van Holland werd aangehouden.
4 juli 1592, de Hoge Raad besluit twee hoge functionarissen te sturen die opnieuw onderzoek moeten doen in Schiedam.
Diederik van Leeuwen en Johan van Banchem. Zij zullen “ in den vakantie van augustus” afreizen naar Schiedam en daar ter plekke onderzoek doen. Ze moeten de getuigen opnieuw horen en alle informatie verzamelen die volgens hun relevant is voor de zaak. De Hoge Raad lijkt zich bewust te zijn van de veranderende opstelling tegenover toverij processen. En ook wat een impact de uitspraak in deze zaak zal hebben. Want inmiddels zijn in een aantal Hollandse steden, waaronder Schiedam toverijprocessen op pauze gezet in afwachting van een uitspraak in de zaak van Neeltje en Marytje.
Ook de Hoge Raad neemt de tijd om het onderzoek uit te voeren.
Het is begin 1593 en de man van Neeltje overlijdt. Naast haar eigen procedure moet ze nu ook vechten voor haar erfenis. Ze is nog steeds verdacht in een criminele zaak. En de baljuw is dan ook van mening dat de erfenis de stad Schiedam toekomt.
Dan is het de zomer van 1593. 8 juli.
Eindelijk heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in haar zaak. Ze is onschuldig.
November 1592, de baljuw heeft Anna Hondert Theunen overgedragen aan haar familie, een week later overlijd zij. Ze wordt begraven op het Galgenveld aangezien ze niet is vrijgesproken en dus nog steeds een toveresse is.
Dia 17
- Neeltje en Marytje zitten bijna 2,5 jaar opgesloten.
- Begin 1593 overlijdt Maerten, de man van Neeltje.
- En Neeltje moet nu vanuit de gevangenis haar erfenis veilig stellen, aangezien de baljuw van mening is dat Neeltje nog steeds een toveres is en de erfenis dus aan de stad Schiedam toekomt.
- Dan is het de zomer van 1593 en eindelijk worden Neeltje en Marytje vrijgesproken.
Dia 17
‘Een vrouw van Schieda
Op 24 februari 1592 deed het Hof van Holland uitspraak. Neeltgen Andries zat toen al ruim een jaar vrijwillig opgesloten. Het Hof van Holland was niet overtuigd van haar onschuld, ondanks de vele verklaringen van hooggeplaatste Schiedammers zoals een weesmeester en een oud-burgemeester, en zet de purgezaak om in een strafzaak. Dit hield in dat Neeltgen Andries gemarteld mocht worden om een bekentenis te verkrijgen en om de doodstraf op te kunnen leggen. Neeltgen Andries had bijstand van een advocaat, Cornelis van der Pol. Hij ging direct in beroep tegen de uitspraak van het Hof van Holland bij de Hoge Raad van Holland, Zeeland en West-Friesland. Maar de Hoge Raad (het hoogste rechtsorgaan op dat moment) nam niet elke zaak aan. Begin april liet de Hoge Raad weten hun zaak in behandeling te willen nemen en de uitspraak van het Hof van Holland werd aangehouden.[4]
Opnieuw vrijspraak
Op 4 juli 1592 besloot de Hoge Raad om twee raadsfunctionarissen, Diederik van Leeuwen en Johan van Banchum, naar Schiedam te sturen om daar opnieuw de getuigen te horen en onderzoek te doen en alle mogelijke informatie verzamelen die van belang kon zijn bij deze zaak. De Hoge Raad doet er lang over om tot een uiteindelijke uitspraak te komen. Pas in de zomer van 1593 wordt Neeltgen Andries vrijgesproken. Helaas maakte Maerten Pouwels dit niet meer mee, hij overleed in het begin van 1593, waardoor Neeltgen Andries niet alleen de strafzaak moest voeren vanuit de Gevangenpoort, maar ook haar erfdeel veilig moest stellen.
Overlijden
Neeltgen Andries keerde na de vrijspraak terug naar Schiedam. In 1599 hertrouwde zij met Floris Eewoudsz. van Colster. Maar ook Floris stierf vroegtijdig, waardoor Neeltgen Andries opnieuw alleen achterbleef. Andries' woning werd verdeeld onder de erfgenamen, maar Andries mag er blijven wonen. In 1599 verkochten de erfgenamen een voor een hun erfdeel in de woning aan de buurman van Neeltgen Andries, Gerrit Dirckszn. Op 7 februari 1600 kocht Gerrit Neeltgen Andries uit en zorgde dat ze haar laatste jaren in het Leprozenhuis kon wonen. Gerrit betaalde de leprozenmeester 1200 gulden per jaar, voor die tijd een erg hoog bedrag. In mei 1603 overleed Neeltgen Andries. Ze werd op 6 maart 1603 begraven in de Grote of Sint-Janskerk in Schiedam.
De vrijspraak van Neeltje Andries en Marytje Arendsdr. is van groot belang geweest voor de jurisprudentie: sindsdien was het in Holland vrijwel onmogelijk om een van toverij beschuldigde vrouw strafrechtelijk te vervolgen (De Waardt, 126 en 157). Vermoedelijk is een van hen de vrouw over wie Jacob Cats in zijn Twee en tachtig jarig leven schreef: ‘Een vrouw van Schiedam, der pijnbank toegewezen/ Beriep haar op het Hof, en na een hard geding/ Zo was ’t dat zij de bank en alle straf ontging./ Ey ziet! Na dat het hof dit vonnis had gegeven,/ scheen alle toverij als uit het land verdreven’ (geciteerd bij De Waardt, 122).