Marytje Arendsdochter.

 

Over Marytje is niet zoveel te vinden in de archieven. We weten niet wat haar geboortedatum en plaats zijn, maar wel dat ze op 19 september 1601 wordt begraven in de Grote of St. Janskerk te Schiedam.

 

Marytje trouwt met Jacob Adriaanszn. Hij is schoenmaker van beroep. Samen met Marytje runt hij zijn bedrijf. Daarnaast zorgt Marytje Arendsdr. voor het huishouden. Marytje en Jacob wonen aan de Hoogstraat in Schiedam. In 1591 gaat zij samen met Neeltje Andries ter purge bij het Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland in Den Haag.

Er is al eerder een toverij-gerucht over Marytje in Schiedam. Ze zou een buurmeisje genaamd Maritjen Cornelis ziek hebben getoverd.

Het meisje zou elke keer als Marytje in de buurt was, doofstom en lam op de vloer gevallen zijn. Een aantal vrouwen laat het er niet bij zitten en een dienstmeid wordt ingeschakeld om Marytje naar de woning te lokken van het zieke buurmeisje. Daar wachten een aantal vrouwen op haar en ze eisen dat Marytje het kind zegent om de betovering te verbreken.

Het zegenen werd gezien als een soort onttoveren d.m.v. een gebed of het opzeggen van een aantal zinnen, en was daarmee een bekentenis. Want alleen de toveres verantwoordelijk voor de toverijen kon ook weer onttoveren via het uitspreken van een zegening.

Marytje doet dit niet en zegt tegen de vrouwen dat ze niet weet hoe ze moet zegenen. De stemming in het huis wordt grimmiger en uiteindelijk zegt Marytje onder dwang wat de vrouwen willen horen. Daarna wordt ze uit het huisje gezet.

Marytje vraagt samen met haar man aan getuigen om een verklaring bij de baljuw af te leggen. De 6 getuigen bevestigen dat Marytje  gedwongen werd om een ziek kind te zegenen.

Een andere Schiedamse vrouw, Anna Hondert Theunen zou Marytje geholpen hebben om het buurmeisje ziek te toveren. Anna Hondert Theunen zal later een belangrijke getuige worden in de purgezaak van Neeltgen Andries en Marytje Arendsdr.

Helaas vergaat een tijdje later het schip van de vader van het zieke meisje en uiteraard wordt dit aan Marytje gelinkt.

Ook vraagt Marytje aan haar buurvrouw Ariaan Courten of zij het water van Marytje naar Delft wil brengen. Naar Swarte broer Jan. Hij is in de wijde omgeving bekend als specialist in het onttoveren. Maar Swarte broer Jan zorgt niet voor haar onschuld, waarschijnlijk heeft hij de urine gekookt en verklaard dat Marytje een toveres was.

" Och, Aryaantje buur, ik hebbe sulcken aanvechtinge, maar houd het bij u, segt het niemand"

 

In 1591 gaat Marytje samen met Neeltje ter purge bij het Hof van Holland.

Waarom Neeltje en Marytje samen ter purge gaan is nog onduidelijk. We weten ook niet wat de band was tussen de twee vrouwen. maar begin 1591 maakt zij samen met Neeltje de tocht naar de Voorpoorte dese Hove. En laat zichzelf vrijwillig opsluiten. Voor Neeltje worden op 19 januari 1591 een 25-tal positieve getuigenissen afgelegd o.a. door gegoede burgers van Schiedam. Voor Marytje gebeurd dit op 1 februari 1591. je ziet in de verschillende getuigenissen een verschil in klasse. Bij Neeltje getuigen bijvoorbeeld een oude-burgemeester en weesmeester. Bij Marytje zijn het vooral arbeiders. 

Marytje zit al ruim een jaar vrijwillig opgesloten in de Gevangenpoort in Den Haag als op 24 februari 1592 het Hof van Holland besluit om nader onderzoek te doen. Er wordt een interlocutair vonnis (tussenvonnis) uitgesproken en de purge zaak is een criminele zaak geworden. Marytje is nu een verdachte in een toverij-proces. En om meer informatie te krijgen, mogen Marytje en Neeltje gemarteld worden. De baljuw van Schiedam heeft een negen-tal verklaringen waarbij ook verklaringen uit 1585 zitten. In 1585 is een piek te zien in toverij-processen in Schiedam en tijdens die processen zijn door verdachten waarschijnlijk de namen van Neeltje en Marytje genoemd. Dit is eigenlijk best bijzonder, aangezien Neeltje en Marytje een 40-tal verklaringen in hun voordeel hebben. Toch is het Hof van Holland niet overtuigd van hun onschuld.

De advocaat van Marytje, Jan van Steijn tekent beroep aan bij de Hoge Raad van Holland, Zeeland en West-Friesland. En in april geeft de Hoge Raad aan de zaak van Marytje in behandeling te nemen. Het onderzoek van het Hof van Holland wordt aangehouden. En zolang het onderzoek loopt van de Hoge raad mogen Neeltje en Marytje niet gemarteld worden.

In de zomer van 1592 stuurt de Hoge raad twee functionarissen naar Schiedam om het onderzoek grondig over te doen. Getuigen worden opnieuw gehoord en alle zaken die de twee functionarissen belangrijk vinden worden onderzocht.

In den lande worden er al kritische vragen gesteld door wetenschappers en juristen als het gaat om de jurisprudentie bij toverij-processen. Want hoe kan iemand onder invloed van de duivel daadwerkelijk toveren. En hoe betrouwbaar zijn verklaringen afgelegd onder torture? En hoe is het dan verdedigbaar om de doodstraf uit te voeren.

De Hoge raad is zich bewust van deze veranderende opstelling en ook wat voor impact de zaak en uitspraak van het proces van Neeltje en Marytje zal hebben voor de jurisprudentie. Inmiddels zijn in een aantal andere Hollandse steden toverij-processen op pauze gezet. Ook de processen in Schiedam. 

Het zal nog een jaar duren voordat de Hoge raad uitspraak doet. En pas op 8 juli 1593 wordt Marytje vrijgesproken.