Marye Heinen/Marij Heynen

 

Marye wordt rond 1520 geboren in Schiedam.

In 1541 wordt zij beschuldigd van toverij. Ze vecht haar arrestatie aan bij het Hof van Holland. Ze wordt vrijgesproken. het Hof van Holland is nog niet het instituut wat het in 1591 zal zijn. Maar deze voorloper behandelt al wel zaken van mensen met eigen privileges, edelen van Holland, geestelijken etc.

Het Hof heeft sinds 1540 wel een eigen nieuwe rechtszaal, de Examineerkamer. De kans bestaat dat Marye daar in 1541 is verhoord en dat 50 jaar later Neeltje Andries, Marytje Arendsdr en Anna Hondert Theunen in dezelfde kamer worden verhoord.

Ondanks de vrijspraak van het Hof van Holland blijven de toverij- geruchten hardnekkig, want in 1556 wordt Marye opnieuw gearresteerd

Ze wordt gevangen gezet op de zolder in het Stadhuis van Schiedam aan de Grote Markt. En om een bekentenis te krijgen wordt ze verhoord met torture. In de 16e eeuw maakte martelen deel uit van de onderzoeksmethodes om de bewijslast rond te krijgen.

Marye wordt een maand lang verhoord. Martelen is wel aan wetten gebonden, maar voor de verdachte is het uiteraard geestelijk en lichamelijk erg zwaar.

Het zou zomaar kunnen dat ze tijdens martelingen de namen van andere vrouwen heeft genoemd. Trijn Jansdr en Griete Dircken worden ondertussen ook gearresteerd.

Op 15 oktober 1556 bekent Marytje een pact met de duivel te hebben en ook Trijn en Griete bekennen. Ze worden geëxecuteerd met dood door vuur.

 

Uit het boek van Hans de Waardt pagina 198 blijkt dat Johannes Wier in zijn Praestigiis daemonum melding maakt van dit proces, tenminste die conclusie maakt Hans de Waardt : Wier vertelde in 1563 in zijn boek, hoe hij had vernomen hoe Schiedamse en Rotterdamse haringvissers eens samen waren uitgevaren, Rotterdammers hadden een goede vangst, Schiedam had netten vol met steen. De Schiedammers hadden een vrouw de schuld van hun tegenslag gegeven. De vouw bekende en gaf toe dat ze zich met magie heel klein had gemaakt en in een mosselschelp de zee was opgevaren. Bron Wier, pagina 490-491 uit boek van Hans de Waardt. Hans de Waadt geeft vervolgens aan dat hij denkt dat het om bovenstaande proces gaat van Marye Heynen, Griete Dircken en Tryn Jansdr.